Kunst zoekt - De kunsten zijn de accidens, de toevallige bijproducten van onze zoektocht naar het ware en vertellen daarmee iets over het goede en het slechte.

Kunst kiest - Het belangrijkste kenmerk van het contingente toeval is dat de feitelijk gerealiseerde mogelijkheden het verdere verloop van de ontwikkeling bepalen. De samenloop der omstandigheden dicteert welke keuzes er gemaakt worden. Contingent toeval bepaalt onze plek in de geschiedenis, in de tijd waarbinnen wij onze keuzes bepalen.

Kunst gelooft - Toeval is niet alleen bijkomstig of contingent maar toeval is ook een (on)gelukstreffer: een door het lot ingegeven gebeurtenis. In deze betekenis is het begrip toeval de vertaling van het latijnse fortuna dat weer een vertaling vormt van het Griekse tych. In de oudere Griekse tragedies duidt dit begrip het treffen van de godheid aan, maar ontneemt het de mens niet de verantwoordelijkheid voor zijn handelen.

...Dit noodlottige toeval geeft de worsteling van de mens binnen het universum weer, een combinatie tussen de pathos van de thuiskomst en de terugkeer uit de vervreemding en het verlies van de eigen potenties.

Pas als wij het onverwachte (h)erkennen en verheffen tot belangrijk wordt de werkelijkheid het product van de subjectiviteit. Het menselijk lichaam wordt dan in zijn toevallige feitelijkheid het model van goddelijke subjectiviteit. De mens wordt de homo ludens die het toeval neemt en integreert in eigenbedachte denkkaders, die speelt met het toeval dat zich aandient. Toeval in deze zin wordt het substraat van eigen experiment, een hoogst persoonlijke zoektocht naar een betekenisvol antwoord op datgene wat zich aan ons opdringt. Toeval in deze zin geeft het spectrum van onze persoonlijke idealen en particuliere fascinaties weer. Fascinaties die bedoeld of onbedoeld kunnen leiden tot nieuwe verbeeldingen, nieuwe gebeurtenissen en nieuwe modellen.

Uit: Biënnale Gelderland 2010 - theoretisch kader

   

O Fortuna

O Fortuna is een gedicht uit de dichtbundel Carmina Burana uit de 13de eeuw, oorspronkelijk in het LatijnCarl Orff selecteerde 24 gedichten uit deze bundel voor zijn Carmina Burana en zette ze op muziek tussen 1935 en 1936Fortuna is de godin van het lot, die vaak wordt voorgesteld als een vrouw die aan het Rad van Fortuin (fortuna) draait. Dit gedicht is wellicht het meest bekende van de cyclus van Orff die ermee opent en afsluit.

O Fortuna (Latijn)Nederlandse vertaling

O Fortuna
velut luna
statu variabilis,
semper crescis
aut decrescis;
vita detestabilis
nunc obdurat
et tunc curat
ludo mentis aciem,
egestatem,
potestatem
dissolvit ut glaciem.

Sors immanis
et inanis,
rota tu volubilis,
status malus,
vana salus
semper dissolubilis,
obumbrata
et velata
mihi quoque niteris;
nunc per ludum
dorsum nudum
fero tui sceleris.

Sors salutis
et virtutis
mihi nunc contraria,
est affectus
et defectus
semper in angaria.
Hac in hora
sine mora
corde pulsum tangite;
quod per sortem
sternit fortem,
mecum omnes plangite!

Oh Fortuna,
zoals de maan
in veranderlijke gestalten,
neem jij altijd toe
of neem jij af;
een vervloekt leven
nu eens is het hard
en dan weer is het zorgzaam
door het spel smelt helderheid van geest,
armoede,
vermogen
weg als ijs.

Vreselijk
en ijdel lot
jij rondwentelend rad
ongunstige toestand
vergeefse redder
altijd oplosbaar,
beschaduwd
en besluierd
tracht je vaste voet op mij te krijgen;
door het spel
van jouw gedraai
loop ik nu met een blote rug.

Het lot van welzijn
en deugd,
voor mij nu ongunstig,
bestaat uit stemming
en moedeloosheid
altijd in drukkend zware dienst.
Hier op dit uur
onverwijld
beroert de snaren met het hart;
omdat het lot
de sterke doet instorten,
jammert allen luid met mij!

 https://www.youtube.com/watch?v=GXFSK0ogeg4
 
Het lied O Fortuna komt uit de Carmina Burana. De Duitse componist Carl Orff (1895-1982) heeft 25 liederen uit de Carmina Burana op muziek gezet. Deze liederen beleefden hun première in 1937. O Fortuna is hiervan verreweg het meest bekende geworden.

Onderstaande tekening komt uit het manuscript van de Carmina Burana dat in 1803 uit het klooster Benediktbeuern werd geroofd. Het manuscript bevindt zich tegenwoordig in de Bayrische Staatsbibliothek in München. In het midden van de tekening zien we Fortuna, de godin van het lot, aangeduid als Fortuna imperatrix mundi (Fortuna, keizerin van de wereld). Zij draait aan het rad van Fortuin. Links zien we een klimmende persoon met de tekst “Regnabo” (ik zal regeren). Bovenin zien we een zittend persoon (de koning) met de tekst “Regno” (ik regeer). Rechts zien we een vallend persoon met de tekst “Regnavi” (ik regeerde). Onderaan zien we een gevallen persoon met de tekst “Sum sine regno” (ik ben zonder heerschappij). Door het draaien van het rad treft elk persoon op zijn beurt geluk en noodlot.